predikant predikant



Even voorstellen

Mijn naam is ds. Jantina de Ruiter. Ik ben geboren in Amsterdam en opgegroeid in Wormer. De toenmalige predikant in Wormer was een enthousiaste jonge vrouw en zij inspireerde mij om theologie te gaan studeren. Ik ben deze studie begonnen in 1983 aan de VU in Amsterdam. Na het eerste jaar verhuisde ik vanwege de liefde naar IJsland, waar ik de kerkelijke opleiding heb afgemaakt. Na zes jaar IJsland begon ik het best wel koud te krijgen en besloot ik weer naar Nederland terug te keren. Ik heb 10 jaar lang als docent levensbeschouwing gewerkt in Grootebroek. In het jaar 2000 ben ik getrouwd met Jan Wilco Dijkstra. Hij werkt bij TNO als wetenschappelijk medewerker. Hij doet onderzoek naar groene energie en verdiept zich op dit moment in zeewier. Jan Wilco en ik hebben drie lieve kinderen: Chantal, Annika en Edo.  Toen Annika geboren werd ben ik gestopt met lesgeven. Op dat moment kreeg ik ook de kans om een langgekoesterde wens te vervullen en psychologie te studeren. Aan het einde van deze studie groeide het verlangen en de roeping om voor de kerk te gaan werken. Mijn eerste gemeente was de Evangelisch- Lutherse gemeente in Enkhuizen. De Lutheranen zijn ook onderdeel van de PKN en IJsland is een Luthers land. Zij vroegen mij om bij hen predikant te worden. Ik heb daar 7 jaar met heel veel plezier gewerkt. 

In 2019 ging ik voor het eerst voor als gastpredikant in gemeente Thomas, daarna nog een enkele keer en dat voelde iedere keer goed. De sfeer is er warm en vriendelijk, dat vind ik heel belangrijk. Sinds maart 2020 mag ik predikant zijn van PG THOMAS.

Ds. Jantina de Ruiter

Alles komt goed?! (Pasen 2022)

Soms gebeuren er dingen in ons leven die we nooit hadden verwacht. Dat overkwam de discipelen van Jezus. Ze hadden het kunnen weten. De profeten hadden er al eeuwen over gesproken, de tekenen gebeurden waar ze bijstonden. Ze hadden het kunnen weten en toch kwam het als een schok en een verrassing. Alles leek verloren en toch kwam het goed. Op Pasen gebeurde het onvoorstelbare.
Het thema van het Kerk in Actie voor de veertigdagentijd is dit jaar: 'Alles komt goed?! KiA zegt daarover: “Dat kan gemakkelijk klinken, en voor veel mensen op deze wereld is het misschien moeilijk te geloven. Tegelijk kunnen het ook woorden van hoop zijn, want God belooft ons een nieuwe wereld zonder pijn en verdriet”.
Alles komt goed. Het zijn de woorden die wij het liefst zouden willen zeggen aan iemand die in de put zit of verdriet heeft. Een arm om de schouder en zeggen ‘alles komt goed’.
Het opvallende aan het thema is het uitroepteken en vraagteken. Het zal bij iedereen verschillende gevoelens oproepen. Bij ‘alles komt goed?!’ denk ik zelf aan vertrouwen.
Vertrouwen houden. Het uitroepteken laten staan en het vraagteken weggummen. Dat zou wel fijn zijn. Of hebben ze allebei recht van bestaan. Hoort het juist bij ons mensen om ook te twijfelen, vraagtekens te zetten, kritisch te zijn.
Kees Waaijman, karmeliet en emeritus-hoogleraar,  zegt over geloven en vertrouwen: “Geloven betekent: vertrouwen, zich hechten. Wie gelooft beweegt zich naar de ander toe, vertrouwt zich toe, leeft zich in, geeft zich over. Wie gelooft in God, gaat binnen in de werkelijkheid die God is, hij leeft zich in in Hem, laat zich door Hem bewegen. Hij woont in god als in zijn huis. Hij gaat de werkelijkheid steeds meer ervaren als Gods werkelijkheid.”
Wij mogen ons toevertrouwen aan Hem die intens met ons bewogen is.
Vertrouwen met alle uitroeptekens en vraagtekens die daar bij horen.
Niet geloven dat God alle pijn uit ons leven laat verdwijnen, maar vertrouwen op een God die ons ziet en draagt, die naast ons loopt, ook op de moeilijke momenten in ons leven. Een vertrouwen dat ook van ons vraagt om verantwoordelijkheid te nemen voor ons leven en voor de keuzes die wij daarin mogen maken. Wij mogen op God vertrouwen, ook wanneer wij niet altijd begrijpen waarom de dingen die wij meemaken ons overkomen. We kunnen ruimte voor het vraagteken maken. Wij mogen erop vertrouwen, dat het goed komt, met alle vraagtekens en uitroeptekens die daar bij komen kijken.
De laatste woorden die Jezus in het evangelie van Lucas uitspreekt voordat hij sterft zijn: “Vader, in uw handen leg ik mijn geest”. (Luc. 23: 46). Dat is een verwijzing naar Psalm 31: 5. Hieruit spreekt een diep vertrouwen. De Evangelisten vertellen allemaal op hun eigen manier het Opstandingsverhaal. Opvallend is dat er geen bericht is van het moment van opstaan, maar ze beginnen allemaal direct daarna. De getuigen zijn niet de soldaten. Als zij al aanwezig waren, zoals in het evangelie naar Matteüs, dan vielen zij flauw. De vrouwen die met Jezus meereisden, zij waren de eerste getuigen.  Nu waren vrouwen in die tijd geen getuigen voor de wet. Hun getuigenis liet nog het vraagteken staan, het vertrouwen houden was nodig om te kunnen uitspreken dat alles goed komt. Toen kwamen de discipelen van Jezus, zij waren getuigen die meetelden. Het vraagteken werd een uitroepteken.

Jezus sterft met een gebed op zijn lippen en vertrouwt zich toe aan God. Hij sterft vlak voor de sabbat begint en als de sabbat voorbij is staan er twee engelen te wachten op de vrouwen die naar het graf kwamen. Het licht van de engelen straalde hen tegemoet en zij hoorden dat de Heer is opgestaan. Een nieuw begin was gemaakt, een nieuwe tijd breekt aan. Wij mogen ons vertrouwen in de Eeuwige stellen. Wij mogen ons leven in Zijn hand leggen. Ons laten leiden op Zijn pad. Wanneer we vast lopen, het even niet meer zien zitten, of wanneer we blij en gelukkig zijn. Het licht van Pasen wijst ons de weg. Dan komt alles goed!
ds. Jantina de Ruiter
 

Aan tafel! (Herfst 2022)

Deze zomer was ik met mijn gezin op vakantie in het Zwarte Woud. In de ochtend serveerde de eigenaar van het pension zelf het ontbijt. Aan de muur hing een certificaat. Mooi ingelijst. Ene René M. had de Kilimanjaro beklommen. Ik bekeek de vele handtekeningen en stempels en vroeg of hij dat misschien zelf was, die deze grote prestatie geleverd had. Zijn ogen begonnen te glimmen en hij begon te vertellen. Hij was op 57 jarige leeftijd voor het eerst begonnen met klimmen. Nee, dat was helemaal niet te oud, hij had zelfs al 20 jaar een zere knie en toch was het gelukt. Het was wel erg zwaar geweest. Heel erg zwaar. Hij had onderweg zijn voeten niet meer gevoeld. Hij zou het ook niet iedereen aanraden. Voor hem was het een geweldige levens veranderende ervaring geweest. Zijn levensmotto was nu dan ook dat je veel meer aankunt dan je denkt. Je merkte dat hij wel uren kon vertellen over deze ervaring, maar de bergbeklimmer moest weer verder want de andere gasten wilden ook graag eten. Wij praten nog met de kinderen door over hoe inspirerend de boodschap van deze gastheer was.
Als je aan tafel zit, dan heb je gelegenheid om elkaar te spreken. Je zit stil, kijkt elkaar aan of zit naast elkaar. Door het eten en drinken worden je zintuigen geprikkeld, waardoor je ‘in het moment’ komt. Aan tafel is een uitgelezen plek om verhalen te delen. Het is een plek waar lichaam en geest gevoed kunnen worden. Het is dan ook aan tafel waar velen van ons als kind hebben leren bidden. Na afloop van de maaltijd werd hier vaak uit de Bijbel gelezen. In de kerk worden wij ook aan tafel uitgenodigd. Wij vieren het Heilig Avondmaal. Wij bidden hierbij het Onze Vader. De kerkvader Augustinus schreef in de vierde eeuw al over dit gebed. Over die ene zin die wij elke week bidden: “Geef ons elke dag ons dagelijks brood”. Hij zegt dat we dit gebed op twee manieren kunnen begrijpen. We kunnen denken aan onze lichamelijke behoeften. Dan staat brood voor voedsel, maar ook voor bijvoorbeeld kleding. Tegelijkertijd denken we bij deze woorden ook aan geestelijke voeding. Het Avondmaal speelt daarbij een hoofdrol.
In ons leven maken wij fouten. Kleine foutjes, maar ook grote. We keren ons soms af van het licht en raken daardoor de verbinding kwijt, met onszelf, onze naaste en met God. We noemen dat zonde. Zonde veroorzaakt dorheid en verstikt het leven. Jezus heeft geleden voor onze zonden en daarom kunnen wij weer verder. Mogen wij altijd weer onze rug naar de duisternis toekeren en ons gezicht naar het licht. Krijgen we elke keer weer de kans om opnieuw te beginnen. Mogen wij groeien in geloof, hoop en liefde. Daarom vieren wij het Avondmaal. Het brood en de wijn, die wij ontvangen tijdens het Avondmaal, laten ons stilstaan bij dit grote cadeau dat ons ten deel valt. Deze maaltijd verbindt daarbij verleden, heden en toekomst. En zoals het zo mooi in het dienstboek over het Avondmaal staat beschreven: “Het verleden van Christus’ offer, de toekomst van het rijk van God en het heden van de tegenwoordigheid van Christus in de Geest komen erin samen.”
Aan Tafel! Er is plek voor jou en mij, voor ons allemaal. Een plek waar we ons thuis mogen voelen.
ds. Jantina de Ruiter

Een wonderlijke reis  (zomer 2022)

De zomer komt eraan. De natuur begint te bloeien en te groeien, het is een lust voor het oog. Ik probeer mijn kinderen er op te wijzen om goed naar de bollenvelden te kijken. Wij zijn eraan gewend en vinden het heel gewoon. Mensen komen vanuit de hele wereld naar ons toe om de velden te zien en ervan te genieten. De aarde is zo mooi en alles is met elkaar verbonden. En dan hoor je op het journaal wat er allemaal gebeurd in de wereld. Wat gaat daar toch mis?
In IJsland hebben ze in de volksmuziek een lied over ons leven op aarde. Het lied heet: “Hotel aarde” en is geschreven door Tómas Guthmundsson en Heimir Sindrason. Hier lied klinkt als volgt:
Ons bestaan is een wonderlijke reis, wij zijn gasten en ons hotel is de aarde.
Het is een komen en gaan van mensen. Sommigen zijn angstig om wat er komen gaat, anderen hebben veel haast en weer anderen zitten bij het hotelraam en wachten.
Er gebeurt van alles. Sommigen zijn druk met het veroveren van een comfortabel plekje, anderen doen het rustig aan of kijken toe. Alle mensen zijn verschillend in wat ze zoeken, verlangen of nastreven.
Velen vinden dit hotelverblijf duur, hoewel men het er niet over eens is of het hotel er nu veel baat bij heeft dat ze gasten heeft. Maar wij, reizigers, hebben geen andere keuze, want er zijn geen andere hotels.
Velen zijn in eerste instantie tevreden. Maar de spanning stijgt als de vertrekdatum nadert.
Dan valt de gedachte als een ijskoude waterval over ons heen, dat alles bij vertrek van ons afgenomen wordt. Als de dood, de man met de zeis, ons de rekening presenteert van alles wat we op de rekening van het hotel hadden laten schrijven.
Dan wordt ons duidelijk dat er niets anders opzit, dan te accepteren, dat alles wat het leven ons leent, de dood weer van ons afneemt en dan maakt het niet uit of we Metusalem of Petrus heten.
Een lied met een rake tekst en een vrolijke melodie. Wij mensen vergeten in ons enthousiasme wel eens dat de wereld niet alleen om ons draait. Wij zijn een klein onderdeel van de schepping. Weliswaar met een roeping. Wij mogen leven ‘als beeld Gods en geroepen om in liefde met God en elkaar te leven, met zorg voor de aarde”. (v.d. Brink)
In de bijbel, bijvoorbeeld de psalmen lezen we overal dat de schepping er is om God te loven. In Psalm 148 worden eerst de bewoners van de hemel opgeroepen tot lof. Daarna de bewoners van de aarde, alle dieren in de oceanen en in de velden, alle bomen en dan pas de mensen. De hele kosmos mag de Schepper loven.
Ons leven is een wonderlijke reis, wij zijn gasten en ons hotel is de aarde.
Laten wij vooral niet vergeten om verwondering, respect en liefde mee te nemen in onze koffer. Ik wens u een goede reis.
























 

Moedig zijn (April 2020)

Op één van de Loesje posters kunnen we lezen: “Leven is het meervoud van lef.” Een grappige uitspraak waar heel veel betekenis in schuilt, een uitspraak die juist nu wel een nieuwe betekenis krijgt . De oorsprong van ons woord ‘lef’ ligt in het Hebreeuws en betekent ‘hart’, maar ook ‘moed’.

Bijzondere tijd
We leven in een tijd die de geschiedenisboeken wel in zal gaan als de tijd dat de wereld stilstond vanwege de Coronacrisis. Vliegtuigen staan letterlijk geparkeerd op Schiphol, kinderen mogen zomaar een hele tijd niet naar school en het is niet eens vakantie, we mogen niet meer bij elkaar op bezoek komen en de kerkdiensten zijn online. Als we vorig jaar aan elkaar verteld zouden hebben, dat dit zou gaan gebeuren, zouden we dat vast niet geloofd hebben.
De moed erin houden
Het is een tijd waarin allerlei verschillende emoties naar boven komen, een tijd waarin we onszelf en anderen op een nieuwe manier tegenkomen, een tijd die rust of juist onrust brengt. Een tijd waarin we hopen dat alles snel weer normaal zal zijn, maar waarin we eigenlijk wel weten dat het nog wel een hele tijd kan duren voor dat dat zover is. Het is een tijd waarin we moed nodig hebben. Lef om te leven en niet bij de pakken neer te gaan zitten, het niet op te geven, maar de moed erin houden.
Lef om dingen anders te doen. Een stapje terug te doen of juist een stapje vooruit. Als we spreken over moedig zijn, kunnen we denken aan de mensen die zo hard werken in de zorg, met alle risico’s van dien en aan alle ouders die werken en ondertussen de kinderen ook nog aan het werk moeten houden.
De scholen
De basisscholen gaan na de meivakantie weer open, dan is er moed voor nodig om weer naar buiten te gaan, maar ook voor de ouders om de kinderen weer te laten gaan, voor de juffen en meester om weer voor de klas te gaan staan. Veel kinderen beginnen school echt te missen en dan vooral de vrienden, maar het zal wel even wennen zijn om het ritme weer op te pakken en ook weer om uit het beschermde thuis te gaan. Voor kinderen die in een onveilige plek wonen is elke dag thuis extra zwaar, zij hebben heldenmoed nodig om deze periode te overleven, want zij zijn nu nog minder zichtbaar dan in gewone tijden.  
Zien we alle moed?
De mensen die de moed bijeen geraapt hadden om uit een onveilig land te vertrekken en op zoek te gaan naar veiligheid voor henzelf en hun gezin, die hebben nu nog meer moed nodig, want zij komen nu op een andere manier in de knel. Laten wij ook het lef hebben om hen te zien.
Moedig zijn in deze tijd
Moedig zijn kan ook betekenen niet het duister en de angst je leven laten beheersen, maar geloof, hoop en liefde de handvaten laten zijn om deze tijd zinvol en betekenis vol te leven. Bent u moedig geweest de afgelopen weken en heb u deze tijd betekenisvol laten zijn? Gaat u de komende tijd moedig zijn?
Voorbeelden van moed
De Bijbel staat ook vol met mensen die lef hadden. Bijvoorbeeld de voorouders van Jezus: Koning David die, toen hij nog een herdersjongen was, het in de strijd opnam tegen de reus Goliath. Ruth, die weduwe was geworden en met haar schoonmoeder meeging naar een land dat zij niet kende. Jezus die een weg ging die voor hemzelf onmenselijk was, maar daarmee redding bracht voor de wereld. Lees hun verhalen maar eens na in deze tijd. Allemaal voorbeelden die ons kunnen inspireren om moedig te zijn in deze onzekere tijden.

Het Paasfeest hebben we dit jaar op een andere manier gevierd. Hemelvaart en Pinksteren zullen waarschijnlijk ook anders verlopen dan we hadden gehoopt. Het Pinksterfeest laat ons weten dat we inspiratie en troost mogen putten uit de aanwezigheid van de Heilige Geest. We maken er samen ook vast weer iets speciaals van.

Leven is het meervoud van lef. Wij hebben wel een beetje extra lef nodig om goed te kunnen leven in deze onzekere tijd. Als we daarbij dan ook ons hart laten spreken, dan komen we er samen goed doorheen.
ds. Jantina de Ruiter
 

terug